| Ontslagredenen |
Het Nederlandse ontslagrecht kenmerkt
zich doordat werknemers in
hoge mate door dit recht worden beschermd. Een werkgever kan een
werknemer niet zonder gegronde reden ontslaan. Alleen wanneer hij
daartoe een dringende reden heeft, mag de werkgever de werknemer
dezelfde dag nog op straat zetten (ontslag op staande voet).
De ontslagbescherming gaat echter niet zo
ver, dat een werkgever te-
gen wil en dank eindeloos met een onwillige werknemer zit opgescheept.
Er kunnen voor een werkgever verschillende redenen zijn
om een werk-
nemer te ontslaan. De reden, en de wijze waarop het ontslag wordt ge-
geven, is van groot belang voor onze advocaten om een goede strategie
te (kunnen) bepalen, zodat (de afwikkeling van) uw ontslag zo gunstig
mogelijk voor u verloopt. Voor u is de reden voor het ontslag ook van
groot belang. Uw aanspraak op een WW-uitkering hangt hier bijvoorbeeld
vanaf. Als door het UWV geoordeeld wordt, dat u verwijtbaar werkloos
geworden bent, krijgt u geen WW-uitkering! U bent onder meer verwijt-
baar werkloos, indien u zelf ontslag heeft genomen, houd daar dus reke-
ning mee.
De werkgever kan uw arbeidsovereenkomst
onder andere beëindigen
wegens:
1. bedrijfseconomische redenen
2. arbeidsongeschiktheid
3. onvoldoende functioneren
4. verwijtbaar gedrag of nalatigheid
5. verstoorde arbeidsrelatie
1. Bedrijfseconomische redenen
De werkgever moet hierbij -zeer goed gedocumenteerd- aangeven dat
het noodzakelijk is voor het bedrijf om te reorganiseren en ook moet
kenbaar worden gemaakt welke werknemers waarom weg moeten.
Als werknemer krijgt u uiteraard de gelegenheid daartegen verweer te
voeren. Met name is voor u van belang, dat u onderzoekt of u inderdaad
degene moet zijn die ontslagen wordt en niet bijvoorbeeld een werknemer
die veel korter in dienst is (last in, first out). Hierop wordt ook door
het
UWV gecontroleerd in verband met de toekenning van uw WW-uitkering.
LET OP: Eerdere periodes, die u bij dezelfde werkgever
als uitzendkracht
heeft gewerkt, kunnen meetellen voor de lengte van het dienstverband.
Hetzelfde geldt voor periodes bij rechtsvoorgangers van het bedrijf,
bijvoorbeeld als u werkte voor een bedrijf dat door de huidige werkgever
is overgenomen. Soms wordt in individuele gevallen van de "last in,
first
out" regel afgeweken. Voor de uitzendbranche en schoonmaakbranche
gelden bovendien afwijkende regels voor het bepalen van de volgorde van
het ontslag.
2. Arbeidsongeschiktheid
In het algemeen kan de werkgever, nadat u twee jaar arbeidsongeschikt
bent geweest, een ontslagvergunning voor u aanvragen bij het CWI. De
werkgever moet daarbij aantonen dat herstel niet binnen 26 weken is te
verwachten (bijvoorbeeld door het overleggen van adviezen van de
bedrijfs-
arts) en dat u als werknemer geen andere passende functie binnen de
organisatie kan uitoefenen.
Ook als de ziekte nog geen 2 jaar heeft
geduurd kunt u worden ontslagen,
namelijk wanneer u onvoldoende inspanningen heeft verricht om weer te
herstellen en/of de reïntegratieverplichtingen niet bent nagekomen.
De praktijk wijst uit, dat de diverse Arbo-diensten hierop streng
controleren.
Voor meer informatie over deze reïntegratieverplichtingen, zoals
bijvoorbeeld
het opstellen van een Plan van Aanpak, kunt u uiteraard bij ons kantoor
terecht.
3. Onvoldoende functioneren
De werkgever moet duidelijk maken, dat u niet voldoet aan de
gestelde
functie-eisen en daardoor niet (meer) geschikt bent voor uw functie. Er
zullen diverse functioneringsgesprekken moeten zijn gevoerd (en gedocu-
menteerd) en de werkgever moet u de mogelijkheid hebben geboden het
functioneren te verbeteren. Denk hierbij ook aan het volgen van cursus-
sen en opleidingen, die voor het uitoefenen van uw functie noodzakelijk
zijn. Het disfunctioneren mag echter in geen geval een gevolg zijn van
ziekte of gebrek of van onvoldoende zorg (van de werkgever) voor de
arbeidsomstandigheden.
4. Verwijtbaar gedrag of
nalatigheid
Hierbij moet gedacht worden aan bijvoorbeeld het door de werknemer
weigeren van het verrichten van (redelijk) overwerk. De werkgever moet
kunnen aantonen, dat niet meer van hem verlangd kan worden, dat de
arbeidsrelatie zal worden voortgezet.
Een extreme situatie doet zich voor
wanneer uw gedrag een dringende
reden oplevert voor ontslag, bijvoorbeeld diefstal of mishandeling. De
werk-
gever kan u op grond hiervan op staande voet ontslaan en u van de ene
op de anderedag op straat zetten. In dat geval heeft u ook geen recht
op een WW-uitkering omdat u verwijtbaar werkloos bent geworden.
5. Verstoorde arbeidsrelatie
Een verstoorde arbeidsrelatie kan op allerlei manieren zijn
ontstaan en
haar oorzaak in een veelvoud van redenen vinden. De werkgever kan
deze grond echter alleen aanvoeren wanneer herstel van de arbeids-
relatie niet meer mogelijk is en de werkgever diverse pogingen heeft
ondernomen om de onderlinge verhouding te verbeteren. Zoals hierboven
al is aangegeven, kan de werkgever u niet 'zomaar' op straat zetten.
Hij zal gegronde redenen moeten hebben om uw arbeidsovereenkomst
te kunnen beëindigen. Op welke wijze de arbeidsovereenkomst kan wor-
den beëindigd kunt u lezen onder de button
ontslagprocedures.


