| Begrippenlijst |
Aannemingsovereenkomst
De overeenkomst waarbij de ene partij, de aannemer, zich ten opzichte van de andere partij verplicht om een werk van stoffelijke aard (bijvoorbeeld een bouwwerk) tot stand te brengen. Hij is verantwoordelijk voor het eindresultaat, maar kan het werk door anderen uit laten voeren. Omdat hij niet zelf de arbeid hoeft te verrichten is er geen sprake van een arbeidsovereenkomst.
Aansprakelijkheid van de werkgever
Als de werknemer schade lijdt door een bedrijfsongeval, dan is de werkgever daarvoor in beginsel aansprakelijk. Dat wil zeggen, hij moet de schade vergoeden. Ook als de werknemer schade aan derden toebrengt, tijdens het verrichten van zijn arbeid, is de werkgever ten opzichte van de derde aansprakelijk voor de schade.
Aanstelling
Deze term wordt gebruikt voor het dienstverband van ambtenaren. Zij zijn niet in dienst op grond van een arbeidsovereenkomst, maar op grond van een aanstelling.
Adviesrecht
De ondernemingsraad heeft het recht om over een flink aantal bedrijfsorganisatorische of -economische beslissingen te adviseren. Als de ondernemer het advies niet vraagt, of een gegeven advies niet opvolgt, dan kan de ondernemingsraad in beroep bij de Ondernemingskamer, die het besluit van de ondernemer kan vernietigen.
Afvloeiingsregeling
Vergoeding die aan een werknemer kan worden betaald in geval van ontslag, om de gevolgen daarvan te verzachten. In de wet staat niet hoe hoog de schadevergoeding moet zijn, dat hangt van de aard van het geschil af. Vaak maakt een afvloeiingsregeling deel uit van een sociaal plan.
Algemeen verbindend verklaren van CAO's
Op verzoek van de bij een CAO betrokken partijen, werkgeversorganisatie en vakbond, kan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid er toe overgaan de CAO algemeen verbindend te verklaren. Dat betekent dat de arbeidsvoorwaarden zoals de lonen, aanvulling op uitkeringen en dergelijke van de CAO ook gaan gelden in de bedrijven waarvan de werkgever geen lid is van de werkgeversorganisatie. Daarvan mag niet worden afgeweken.
Anciënniteit
Hiermee wordt bedoeld dat de duur van het dienstverband bepalend is voor bepaalde rechten. Bijvoorbeeld, hoe langer in dienst, hoe meer vakantiedagen. Met betrekking tot het ontslagrecht vinden we het anciënniteitbeginsel terug in de last in/first out-regel die de Regionaal Directeur toepast bij de beantwoording van de vraag of hij een ontslagvergunning zal toekennen.
Arbeidsbureau
De juiste benaming was Regionaal Bureau voor de Arbeidsvoorziening. Geleid door de Regionaal Directeur voor de Arbeidsvoorziening (RDA), tot wie een verzoek om toestemming om een arbeidsovereenkomst op te zeggen moest worden gericht. Sinds 2001 is dit CWI, Centrum voor Werk en Inkomen.
Arbeidsinspectie
Overheidsdienst die is belast met de handhaving en uitvoering van arbeidsomstandigheden- en arbeidstijdenwetgeving. Heeft opsporingsbevoegdheid en kan proces-verbaal opmaken. Op overtreding van voorschriften van de Arbeidsinspectie staat een strafrechtelijke boete, waarvan de hoogte afhangt van de overtreding.Het geheel van omstandigheden waaronder arbeid wordt verricht, zoals de inrichting van de werkplaats, de veiligheid van en in verband met het gebruik van gereedschappen, aanpassing in de arbeid aan zwangere werkneemsters en dergelijke. Ook de arbeids- en rusttijden vallen hieronder. De normen zijn voornamelijk te vinden in de Arbo-wet 1998 en in de Arbeidstijdenwet 1995. Bij deze wetten horen tal van Arbeids(tijden)besluiten.
Arbeidsongeschiktheid
Het ‘op medische gronden naar objectieve maatstaven gemeten niet kunnen of mogen verrichten van de in aanmerking komende arbeid’. De in aanmerking komende arbeid zal vaak ‘passende arbeid’ zijn. Als de werknemer in de eerste 52 weken van arbeidsongeschiktheid (een gedeelte van) zijn loon ontvangt, is dat zijn eigen arbeid of arbeid die wordt verricht in de onderneming en die voor de werknemer passend is. Wanneer de werknemer WAO-gerechtigd is, dan is passende arbeid elke arbeid die hij, in aanmerking nemend zijn opleiding, ervaring en geschiktheid, nog kan verrichten.
Arbeidsovereenkomst
De overeenkomst, of afspraak, tussen twee partijen, waarbij de ene partij, de werknemer zich verbindt om arbeid te verrichten en de andere partij, de werkgever, zich verbindt om loon te betalen. Een arbeidsovereenkomst komt tot stand op het moment dat een aanbod van de ene partij door de ander is aanvaard. Dat wil zeggen dat deze niet pas ontstaat op het moment dat een en ander op papier is gezet of is ondertekend. Bijvoorbeeld: als iemand 3 maanden lang elke week, of minimaal 20 uur per maand, uitsluitend voor dezelfde werkgever werkt, er (volgens rechtsvermoeden) vermoed mag worden dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst.
Arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd
Het einde van deze
arbeidsovereenkomst is
‘objectief bepaalbaar’. Dat wil
zeggen dat het einde
onafhankelijk van de wil van een
van de partijen tot stand komt.
Dat kan bijvoorbeeld zijn het
tijdsverloop; niemand kan
beïnvloeden hoe lang een maand
of jaar duurt. Maar het kan ook
gaan om bijvoorbeeld vervanging
bij ziekte, op de duur daarvan
heeft de werkgever in beginsel
ook geen invloed. Bij een
arbeidsovereenkomst voor
bepaalde tijd staat de einddatum
vast of is het eindmoment
makkelijk te bepalen.
Arbeidsovereenomsten voor
bepaalde tijd (contract)
eindigen automatisch aan het
einde van de overeengekomen
periode. Werkgever en werknemer
hoeven géén opzegtermijn in acht
te nemen. Tussentijds beëindigen
mag alleen als dit van tevoren
schriftelijk is overeengekomen.
Dan geldt er wel een
opzegtermijn, zowel voor u als
voor uw werkgever.
Arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd
Het moment waarop deze arbeidsovereenkomst eindigt staat van tevoren, bij het sluiten van de overeenkomst niet vast. Hij moet worden beëindigd door opzegging of ontbinding.
Arbeidsvoorwaarden
De in acht te nemen voorwaarden bij overeenkomsten. Deze juridisch afdwingbare afspraken over bijvoorbeeld loon, werktijden, vakantie en tal van andere zaken zijn te vinden in de individuele en de collectieve arbeidsovereenkomsten of in een arbeidsvoorwaardenregeling.
Arbeidsvoorzieningsorganisatie
Dit is de overkoepelende organisatie van alle arbeidsbureaus. Voorheen was het een onderdeel van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, momenteel is het bestuur ervan samengesteld uit werkgevers, werknemers en overheid.
Arbo-commissie
De Arbo-commissie is een commissie van de ondernemingsraad die zich bezighoudt met arbeidsomstandigheden, veiligheid, gezondheid en welzijn in de onderneming. Een aantal bevoegdheden is geregeld in de Wet op de ondernemingsraden.
Arbo-dienst
De werkgever is verplicht gebruik te maken van een door de overheid gecertificeerde Arbo-dienst voor ziekteverzuimbeleid, zowel handhaving als controle. Het besluit om een bepaalde Arbo-dienst in te huren behoeft instemming van de ondernemingsraad.
Arbo-wet
In de Arbeidsomstandighedenwet
is geregeld welke verplichtingen
de werkgever heeft met
betrekking tot
arbeidsomstandigheden,
veiligheid, gezondheid en
welzijn van de (soms
verschillende categorieën)
werknemers. De werkgever voert
een zo goed mogelijk
arbeidsomstandighedenbeleid en
neemt daarbij, gelet op de stand
van de wetenschap en
professionele dienstverlening,
het volgende in acht:
a. tenzij dit redelijkerwijs
niet kan worden gevergd moet de
werkgever de arbeid zodanig
organiseren dat daarvan geen
nadelige invloed uitgaat op de
veiligheid en de gezondheid van
de werknemer;
b. tenzij dit redelijkerwijs
niet kan worden gevergd moeten
de gevaren en risico's voor de
veiligheid of de gezondheid van
de werknemer zoveel mogelijk in
eerste aanleg bij de bron
daarvan worden voorkomen of
beperkt; naar de mate waarin
dergelijke gevaren en risico's
niet bij de bron kunnen worden
voorkomen of beperkt, moeten
daartoe andere doeltreffende
maatregelen worden getroffen
waarbij maatregelen gericht op
collectieve bescherming de
voorrang dienen te hebben boven
maatregelen gericht op
individuele bescherming; slechts
indien redelijkerwijs niet kan
worden gevergd dat maatregelen
worden getroffen die zijn
gericht op individuele
bescherming, dienen
doeltreffende en passende
persoonlijke
beschermingsmiddelen aan de
werknemer ter beschikking te
worden gesteld;
c. de inrichting van de
arbeidsplaatsen, de werkmethoden
en de bij de arbeid gebruikte
arbeidsmiddelen alsmede de
arbeidsinhoud moeten zoveel als
redelijkerwijs kan worden
gevergd aan de persoonlijke
eigenschappen van werknemers
zijn aangepast;
d. ongevarieerde zich in een
kort tijdsbestek herhalende
arbeid en arbeid waarbij het
tempo op een zodanige wijze
wordt beheerst dat de werknemer
zelf verhinderd wordt het tempo
van de arbeid te beïnvloeden,
moeten, zoveel als
redelijkerwijs kan worden
gevergd, worden vermeden; indien
dergelijke arbeid niet of
onvoldoende kan worden vermeden,
moet de werkgever deze door
andersoortige arbeid of pauzes
regelmatig afwisselen;
e. doeltreffende maatregelen
moeten zijn genomen teneinde het
mogelijk te maken dat de
werknemer, indien een toestand
ontstaat, waarin direct gevaar
voor de veiligheid of gezondheid
aanwezig is, zich snel in
veiligheid kan stellen dan wel
andere passende maatregelen kan
nemen en ten einde te verzekeren
dat de schade aan de gezondheid
zoveel mogelijk beperkt wordt.

